Verhaal
Mijn moeder heeft weer lente in haar hoofd
Aefke ten Hagen
In de lente word ik altijd wat hyper. Niet gevaarlijk. Meer sociaal ontregeld. Zodra de zon op een terras valt, denk ik ineens dat ik overal heen moet. Koffie hier, borrel daar, nog even langs iemand, wandeling, optreden, boekding, nog één drankje. Voor ik het weet ben ik een moeder die vooral vertrekt. Mijn kinderen merken dat feilloos. Ga je alweer weg? is hier geen vraag meer, maar een constatering. Soms bijna een automatische ondertitel als ik mijn jas aantrek. Kinderen spiegelen je zonder enige terughoudendheid. Dat is hun bijbaan. Ik dacht zelf dat ik gewoon levendig was. Zij zagen vooral iemand die opvallend vaak haar fietssleutels zoekt.
En toen zei ik laatst: Ik ben vanavond thuis.Waarop mijn jongste riep: YES! Hard. Oprecht. Alsof er zojuist een pretpark onverwacht openbleef. Dat was een moment waarop je als ouder voelt: hier zit informatie in. Geen verwijt. Geen drama. Gewoon pure vreugde dat ik op mijn eigen woonadres aanwezig bleef. Dat kwam eerlijk gezegd harder binnen dan bedoeld. Ik moest lachen, maar dacht ook: o. Dit is dus blijkbaar de grens. Als je kind juicht omdat je niet weggaat, ben je misschien net iets te vaak onderweg geweest.
Ik begon me af te vragen wat ik ze eigenlijk meegeef. Dat je altijd ergens anders moet zijn? Dat gezelligheid buiten de deur gebeurt? Dat thuis een soort tussenstation is waar je je tas ophaalt? Tegelijk geef ik natuurlijk ook iets anders mee. Levenslust. Nieuwsgierigheid. Dat je vrienden onderhoudt. Dat je ja zegt tegen het leven als het voorjaar zich ermee bemoeit. Alleen: kinderen hebben niet zoveel aan jouw levenslust als jij er nooit bent om hem thuis ook even uit te delen.
Sinds dat YES probeer ik af en toe demonstratief thuis te zijn. Alsof ik mezelf speel. Vanavond ga ik nergens heen, zeg ik dan. En dan kijken ze me aan alsof ik verkiezingsbeloften doe. Eerst zien, dan geloven. Terecht. Vertrouwen komt te voet en gaat op sneakers.
Laatst zat ik gewoon thuis. We aten laat. Er werd gepraat over school, over iemand die verliefd was, over een docent die altijd dezelfde grap maakt. Niets groots. Geen pedagogisch hoogtepunt. Geen doorbraak. Gewoon een avond. En toen dacht ik: misschien geef je je kinderen niet alleen iets mee in alles wat je doet als je weg bent. Maar juist ook in hoe je blijft. Misschien riep mijn kind niet YES omdat ik faalde. Maar omdat thuis, als ik er echt ben, blijkbaar best gezellig is. En dat vond ik misschien nog wel de aardigste spiegel van allemaal.
|
|
Mooi geschreven Aafke, dankjewel. Ook ik herken dat drukker worden in de lente, alsof ik meedoe met de bloemen en de natuur die opent. Ook mijn draaistoel bij de balkondeuren gaat van de 'naar binnen gerichte' positie om naar de 'naar buiten gerichte positie'. Zo kan ik genieten van mijn mooie balkontuintje, dat er dankzij mijn extra energie weer heel fleurig uitziet. Ook jouw zin 'Zij zagen vooral iemand die opvallend vaak haar fietssleutels zoekt' is zo herkenbaar!
|
|