Terug

Verhaal

Wat geef ik mijn kinderen eigenlijk mee?

Aefke ten Hagen 

Er is een moment in het ouderschap waarop je denkt: nu moet ik het echt goed doen. Dat moment komt meestal niet wanneer je kind voor het eerst naar school gaat of wanneer hij zonder zijwieltjes fietst. Nee, het komt s avonds laat. Als het huis stil is, de vaatwasser bromt en jij ineens denkt: wat geef ik mijn kinderen eigenlijk allemaal mee?
Ik zat een tijd in dat soort gedachten. Niet in kleine gedachten. In grote, dramatische gedachten met het woord traumaerin. Straks geef ik mijn kinderen allerlei ingewikkelde patronen mee.Of: Straks zitten ze later bij een therapeut en begint het verhaal met: mijn moeder

Mijn hoofd kan daar behoorlijk creatief in zijn.

Op een avond zat ik met mijn man aan tafel. Ik vertelde hem waar ik me zo druk over maakte. Over wat er allemaal mis kan gaan. Over wat ik misschien wel doorgeef. Hij luisterde, nam een slok thee en zei toen: Maar geef je ook niet gewoon heel veel goede dingen mee?Het werd even stil. Niet omdat ik hem niet hoorde, maar omdat ik er werkelijk nog nooit over had nagedacht. Ik dacht vooral in schade. Niet in stevigheid.

Een paar dagen later zat ik met mijn beste vriendin en vertelde opnieuw hetzelfde verhaal. Mijn zorgen, mijn analyses, mijn innerlijke rampencommissie. Ik zei dat ik bang was dat mijn kinderen later zouden zeggen: Het lag allemaal aan mama en ik wil haar nooit meer zien.Ze keek me aan alsof ik zojuist had beweerd dat de maan van kaas is. Aef,zei ze, je leert ze toch ook van alles?Zoals?vroeg ik. Nou,zei ze, dat je over dingen praat. Dat alles er mag zijn. Dat je hulp zoekt als het nodig is. Dat je niet doet alsof alles altijd perfect gaat.
Ik moest daar even over nadenken, want in mijn hoofd telde dat niet. In mijn hoofd telde vooral wat er mis kon gaan.
Het grappige is dat hetzelfde gebeurde toen ik twijfelde over medicatie. Het idee dat je misschien een leven lang iets slikt, daar kun je indrukwekkende gedachten bij hebben. Mijn hoofd zag meteen een lange rij potjes in de badkamerkast. Een soort levenslange afhankelijkheid. Totdat de psychiater tegen me zei: Maar je kunt er ook enorm van opknappen.Ik keek hem aan. Ja,zei hij. Dat kan dus ook.Daar had ik eerlijk gezegd nog niet per se bij stilgestaan.
Het is een bijzondere eigenschap van het menselijk brein dat het moeiteloos rampscenarios produceert, maar soms even geholpen moet worden om de andere kant te zien. Dat je als ouder misschien ook iets goeds doorgeeft. Rust. Humor. Het vermogen om sorry te zeggen. Of om hardop te zeggen: Ik weet het ook niet altijd.

Mijn kinderen groeien dus niet alleen op met mijn twijfels. Ze groeien ook op met een moeder die dingen probeert. Die praat. Die nadenkt. Die soms opnieuw begint.
Laatst zei mijn zoon na een gesprek aan tafel: Bij ons thuis praten we wel echt over alles.Hij zei het alsof hij een licht verbaasde ontdekking deed. Ik knikte en dacht: kijk. Misschien is dat ook gewoon iets wat je doorgeeft.

 


 

Geen reacties gevonden..