Terug

Bericht

62.500 mensen met ernstige psychische aandoening vallen tussen wal en schip

In Nederland leven ongeveer 250.000 mensen met een ernstige psychische aandoening. Naar schatting 62.500 van hen krijgen niet de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben. Tegelijkertijd zijn er grote tekorten aan passende woonplekken. Mensen raken daardoor na een opname, detentie of andere overgang in hun leven nog te vaak uit beeld.

Dat schrijft De Nederlandse ggz, die deze week het rapport Blijvend nabij presenteerde. Aan het rapport werkten zestien organisaties mee, waaronder het Openbaar Ministerie, politie, straatdokters en verslavingszorg. Samen brachten zij in kaart waar mensen vastlopen en welke oplossingen nodig zijn.

"Mensen met ernstige psychische aandoeningen raken niet tussen wal en schip omdat we niet weten wat nodig is. We weten waar het misgaat: juist op de momenten dat iemand overstapt van de ene vorm van zorg of ondersteuning naar de andere", zegt Ruth Peetoom, voorzitter van de Nederlandse ggz. Bijvoorbeeld wanneer iemand uit een kliniek komt, uitstroomt uit de forensische zorg, na detentie terugkeert in de samenleving of verhuist naar een andere woonvorm. Als niet duidelijk is wie de begeleiding voortzet, raakt iemand sneller uit beeld. Dat kan leiden tot terugval, een crisis of dakloosheid.

Het rapport beschrijft daarom vijf maatregelen die ervoor moeten zorgen dat mensen niet steeds opnieuw zelf de weg naar hulp hoeven te vinden.

  1. Maak bemoeizorg overal beschikbaar, mét behandelteam
    Mensen die zelf geen hulp zoeken, komen nu vaak pas in beeld wanneer de situatie is geëscaleerd. Door eerder contact te leggen en behandeling beschikbaar te hebben, kunnen problemen eerder worden aangepakt.
  2. Bouw de woningen die uitstroom mogelijk maken
    Zonder passende woning loopt de zorg vast. Beschermde woonplekken blijven bezet en mensen kunnen niet doorstromen. In 2023 kwamen 1.320 corporatiewoningen beschikbaar voor uitstroom uit beschermd wonen, terwijl er jaarlijks 3.980 nodig zijn. Mensen wachten daardoor soms langer dan een jaar op een passende plek.
  3. Laat ondersteuning meereizen bij iedere overgang
    Niet de overgang zelf is het grootste risico, maar het ontbreken van iemand die verantwoordelijk blijft. Na ontslag uit een kliniek, uitstroom uit de forensische zorg of na detentie moet duidelijk zijn wie naast iemand blijft staan. Van de mensen die na een detentie van langer dan drie maanden vrijkomen, is 27 procent direct dakloos of zonder bekend onderdak.
  4. Zorg dat de meldfunctie voor onbegrepen gedrag eerder én met opvolging werkt
    De meldfunctie bestaat al, maar een melding leidt niet altijd snel genoeg tot passende hulp. Daardoor worden mensen soms pas geholpen wanneer de situatie ernstig is geëscaleerd. Vroege signalering, snelle opvolging en voldoende behandelcapaciteit zijn nodig om dat te voorkomen.
  5. Bescherm woonvoorzieningen tegen drugscriminaliteit
    Een woning is pas een stabiele basis als mensen er veilig kunnen wonen. Daarom moeten woonvoorzieningen worden beschermd tegen criminele beïnvloeding.

"Een ontslag uit een kliniek, een verhuizing of het einde van een detentie mag geen moment worden waarop iemand zijn ondersteuning verliest. Een psychische kwetsbaarheid verdwijnt niet omdat een traject of indicatie eindigt", zegt Peetoom. "We moeten ervoor zorgen dat mensen niet steeds opnieuw hoeven te bewijzen dat zij hulp nodig hebben, maar kunnen rekenen op een netwerk dat naast hen blijft staan."

Bron: De Nederlandse GGZ

Gemiddeld (0 Stemmen)

Geen reacties gevonden..